Warmwater-vloerverwarming
Warmwater-vloerverwarming
De warmwater vloerverwarming wordt gevoed door de cv-installatie en is overal mogelijk.
Warmwater-vloerverwarming werkt simpel: het wordt gevoed door de centrale verwarmingsketel. Van daaruit wordt warm water naar de leidingen gevoerd, die onder de vloerafwerking liggen. De verwarmingsinstallatie en de verdeeltechniek zorgen ervoor dat het water in de buizen een juiste temperatuur houden.
Doordacht leggen Voor een zo efficiënt mogelijke warmteverdeling, wordt warmwater-vloerverwarming doorgaans in lussen gelegd. Hoe kleiner de afstand tussen de lussen, hoe groter het vermogen. Maar er is meer om rekening mee te houden. Zo zal op plaatsen waar meer warmteverlies is – bijvoorbeeld in de buurt van ramen en de buitenmuur – de onderlinge afstand tussen de lussen kleiner moeten zijn om dit warmteverlies te compenseren.
Randisolatie Omdat alle warmwatersystemen standaard op of in isolatiemateriaal gelegd worden, is extra isoleren niet meer nodig. Wel is het belangrijk om randisolatie toe te passen. Randisolatie is bedoelt om krimp en uitzetting mogelijk te houden en houdt bovendien geluidsoverdracht via de muren tegen; vooral belangrijk in flats.
Installeren We onderscheiden natte, droge en half-natte installaties. Natte installatie Bij de zogenaamde natte installatie worden de verwarmingsbuizen in cementbeton gegoten. Deze cementlaag is ongeveer 65 mm. Daar bovenop komt de uiteindelijke vloerafwerking. Het opwarmen duurt bij natte installatie relatief lang, doordat de buizen zich in het cement bevinden. Gelukkig staat daar tegenover dat het afkoelen ook langer duurt. In verhouding is de reactiesnelheid – de tijd die nodig is om de gewenste warmte daadwerkelijk waar te nemen - van de natte installatie lager, terwijl het energieverbruik wat hoger ligt. Qua materiaalkosten is dit systeem voordeliger ten opzichte van droge en half-droge installaties. Wel zijn er meer montage-uren voor nodig, waardoor de arbeidskosten hoger uitvallen dan bij droge of half-droge installaties.
Droge installatie ‘Droog’ wil zeggen dat voor dit systeem niet persé cementbeton nodig is. Het droge systeem is verkrijgbaar als compleet pakket met daarin een isolerende ondervloer, voorzien van een aluminium bovenlaag, waarin sleuven zijn gemaakt voor het inleggen en vastzetten van de verwarmingsbuizen. Een dergelijk elementensysteem kan op iedere vlakke (geëgaliseerde) houten of betonnen vloer worden aangebracht. Het feit dat ht buizenstelsel verzonken is opgenomen in de isolerende ondervloer levert de zeer geringe opbouwhoogte op. De laag die boven op het systeem en direct onder de vloerafwerking komt, kan bestaan uit een 30 mm hoge cementlaag. Dit is per systeem verschillend. Parket of laminaatvloerdelen kunnen ook direct op de verwarmingselementen worden geplaatst. Soms worden de verwarmingsbuizen afgedekt met staaltegels die direct onder de vloerbedekking liggen. Dit levert een nog geringere opbouwhoogte op van 40 mm. Een van de grootste voordelen van deze installaties is de optimale geleidingskwaliteit van de aluminiumlaag waarin de verwarmingsbuizen zijn ingebed. Een eigenschap die ook geldt voor de betreffende staaltegels.
Vermogen Het vermogen (capaciteit) per vierkante meter vloerverwarming geeft aan met hoeveel energie binnen een bepaalde tijd de gewenste temperatuur bereikt kan worden. De capaciteit is afhankelijk van de technische eigenschappen van de installatie en verschilt per systeem. Belangrijk is de onderlinge afstand tussen de lussen: hoe kleiner de afstand, hoe groter het vermogen.
|
Checklist
- Hoofd- of bijverwarming?
- Aantal m² vloerverwarming
- Het vermogen per/m²
- Dikte van de verwarmingskabel
- Garantie en voorwaarden
- Ervaring en vakbekwaamheid
|
|