Warmwater en vloerverwarming: Weldadige warmte
Warmwater en vloerverwarming: Weldadige warmte
Vloerverwarming is een hele comfortabele manier van verwarmen. In de woonkamer, maar bijvoorbeeld ook in de badkamer, keuken, slaapkamer en serre. Naast elektrische vloerverwarming is er ook warmwater-vloerverwarming.
Warmwater-vloerverwarming
Warme lucht stijgt op; een beweging waar vloerverwarming dankbaar gebruik van maakt. De eerste warmte zorgt via de voeten al voor een behaaglijk gevoel. De overige warmte gaat vanaf het gehele vloeroppervlak verder omhoog en vult gelijkmatig de totale ruimte. Er is nergens een tekort aan warmte en nergens een concentratie van warmte, zoals wel het geval is bij lokale verwarming en radiatorverwarming. Het een en ander heeft tot gevolg dat de omgevingstemperatuur overal en op iedere hoogte in de ruimte als aangenaam wordt ervaren. Je hoeft dus minder hard te stoken voor een comfortabele temperatuur. Warmwatersysteem Warmwater-vloerverwarming wordt gevoed door de centrale verwarmingsketel. Vanuit de ketel wordt warm water naar leidingen gevoerd, die vlak onder de vloerafwerking liggen. De verwarmingsinstallatie en de verdeeltechniek zorgen ervoor dat het water in de buizen een constante temperatuur houden. Het warmwatersysteem is categorisch te verdelen in natte, half-natte en droge installaties. Over elk type een korte uitleg.
Natte en droge installatie Bij de zogenaamde natte installatie worden de verwarmingsbuizen in cementbeton gegoten. Deze cementlaag is ongeveer 65 mm. Daar bovenop komt de uiteindelijke vloerafwerking. Dit systeem is voor wat betreft materiaalkosten voordeliger ten opzichte van droge en half-droge installaties, maar vergt meer montage-uren, waardoor de arbeidskosten hoger uitvallen dan bij droge of half-droge installaties. Het opwarmen duurt bij deze installatie relatief lang, doordat de buizen zich in het cement bevinden. Gelukkig staat daar tegenover dat het afkoelen ook langer duurt. In verhouding is de reactiesnelheid – dat wil zeggen de tijd die nodig is om de gewenste warmte daadwerkelijk waar te nemen - van de natte installatie lager, terwijl het energieverbruik wat hoger ligt.
Het vermogen (capaciteit) per vierkante meter vloerverwarming geeft aan met hoeveel energie binnen een bepaalde tijd de gewenste temperatuur bereikt kan worden. De capaciteit is afhankelijk van de technische eigenschappen van de installatie en verschilt per systeem.
De droge installatie is nog niet zo lang op de markt. ‘Droog’ wil zeggen dat cementbeton niet persé nodig is voor deze toepassing. Het droge systeem is verkrijgbaar als compleet en modulair pakket met daarin een sterk isolerende ondervloer. Deze kan voorzien zijn van een aluminium bovenlaag, waarin sleuven zijn gemaakt voor het inleggen en vastzetten van de verwarmingsbuizen. Dit elementensysteem kan op iedere vlakke (geëgaliseerde) houten of betonnen vloer worden aangebracht. De totale hoogte bedraagt slechts 30 mm. Het feit dat het buizenstelsel verzonken is opgenomen in de isolerende ondervloer levert de zeer geringe opbouwhoogte op. De laag die boven op het systeem en direct onder de vloerafwerking komt, kan bestaan uit een 30 mm hoge cementlaag (alleen nodig onder dekvloeren van poreuze, kwetsbare steensoorten en in badkamers) of gipsvezelplaten met een hoogte van 20 of 25 mm. De totale hoogte van deze toepassing ligt dus tussen de 50 en 60 mm. Parket of laminaatvloerdelen kunnen ook direct op de verwarmingselementen worden geplaatst. Soms worden de verwarmingsbuizen afgedekt met staaltegels die direct onder de vloerbedekking liggen. Dit levert een nog geringere opbouwhoogte op van 40 mm. Een van de grootste voordelen van deze installaties is de optimale geleidingskwaliteit van de aluminiumlaag waarin de verwarmingsbuizen zijn ingebed. Een eigenschap die ook geldt voor de betreffende staaltegels.
Half-natte installatie Bij de half-natte installatie worden de verwarmingsbuizen gelegd in een (droog) isolerend draagelement. Dit element wordt afgedekt met een dun laagje (natte) mortel, een staalmat en een iets dikkere laag mortel. De totale opbouwhoogte van een dergelijk systeem bedraagt zo’n 45 mm.
Legpatroon Het legpatroon speelt een grote rol op het gebied van efficiënte warmteverdeling. De verwarming kan het beste in lussen worden gelegd. Hoe kleiner de afstand tussen de lussen, hoe groter het vermogen. Maar er is meer om rekening mee te houden. Zo zal op plaatsen waar meer warmteverlies is – in de buurt van ramen en de buitenmuur – de onderlinge afstand tussen de lussen kleiner moeten zijn om het warmteverlies te compenseren. In het zogenaamde leefgebied en langs een binnenmuur mag er juist weer wat meer ruimte tussen zitten.
Isolatie Omdat alle warmwatersystemen standaard op of in isolatiemateriaal gelegd worden, is extra isoleren niet meer nodig. Wel is het belangrijk om randisolatie toe te passen. Wanneer dat niet gebeurt, kan er veel warmte verloren gaan doordat warmte via de muren naar de fundering ‘weglekt’. Randisolatie houdt bovendien geluidsoverdracht via de muren tegen; vooral belangrijk in flats.
|